Open brief aan Onderwijsminister Smet n.a.v. 1 september
Beste mijnheer Smet,
Met grote gretigheid neemt u uw taak als Minister van Onderwijs op. U bent niet van plan om dit in stilte te doen of in de schaduw van uw voorganger te blijven staan. Dat hebben we uitvoerig kunnen lezen en horen in de media de laatste dagen. U benadrukt uw grote leergierigheid en luisterbereidheid. Daar maak ik dan ook graag gebruik van.
We kijken met Groen! vol spanning uit naar uw beleidsbrief in het najaar. We hopen dat u daar al het verschil kan maken met Frank Vandenbroucke. Want we merken wel dat hij het was die de pen van het regeerakkoord heeft vastgehouden. En wat we daar lezen stelt ons niet gerust.
Mijnheer Smet, het onderwijs in Vlaanderen is absolute wereldtop wat de resultaten in wiskunde en wetenschappen betreft. Dat is schitterend, dat is wat een vooruitstrevend Vlaanderen wil en dat moeten we dus absoluut zo houden. Maar er is een keerzijde aan de medaille. De kloof tussen de sterkste en de zwakste presteerders is in vergelijking met de andere Europese landen het grootst in België. Die kloof is bovendien sociaal bepaald. Een kind geboren in een kansarm gezin waar thuis geen Nederlands wordt gesproken heeft nog altijd 50% kans om de school te verlaten zonder diploma. Anders gezegd, de sociale lift in ons onderwijs blijft genadeloos steken.
Deze resultaten werden ons land aangereikt door het PISA-onderzoek. Dat zijn grootschalige driejaarlijkse vergelijkende onderzoeken bij 15-jarigen in 41 landen op vlak van wiskunde, wetenschap en leesvaardigheid. De resultaten van het PISA onderzoek 2009 bevestigen een trend die al bij de eerste onderzoeken in 2000 zichtbaar was en die zich verder zet in de daaropvolgende onderzoeken. Het luik onderwijs van het regeerakkoord bevat echter geen enkele verwijzing naar de resultaten van dit onderzoeken.
In feite zou die keerzijde een warm Vlaanderen verschrikkelijk moeten verontwaardigen. Het is economisch onverstandig, maar vooral ronduit beschamend dat grote groepen kwetsbare mensen er niet in slagen om via ons onderwijs – het emancipatiemiddel bij uitstek – uit hun situatie op te klimmen. En dan zou het een obsessie moeten zijn van deze regering om van die gelijke kansen een absolute topprioriteit te maken.
Vandenbroucke erkende een aantal problemen en zocht ook wel naar oplossingen. Zo pakte hij uit met zijn ‘Tienkamp voor Gelijke Kansen’. Kritiekloos en zonder vragen wordt die tienkamp nu overgenomen in het huidige regeerakkoord. Nochtans waren die inspanningen - soms goed bedoeld - te weinig structureel en ontoereikend. Er stonden te weinig middelen, te weinig extra gespecialiseerde begeleiders, te weinig omkadering, te weinig onderwijspersoneel tegenover.
Bovendien moet Vlaanderen niet alleen streven naar gelijke kansen, maar ook naar meer gelijke uitkomsten. We moeten met zoveel mogelijk over de lat. En sommigen zullen steigeren omdat ze dan denken dat de lat dan lager moet liggen. Maar neen, dat is niet zo. Ook Groen! is van mening dat we onze koplopers in de kopgroep moeten koesteren. Maar de rest moet mee met de bus, met het peloton. Dat het kan - dat men schitterend kan scoren in PISA op vlak van wetenschap en wiskunde en tegelijk uitblinken in gelijke kansen, in het dichten van de kloof, is bewezen in verschillende Scandinavische landen, Finland op kop.
Maar daarvoor moet de Vlaamse regering andere keuzes maken. Een ondernemersvisie op onderwijs, waarbij Vlaanderen ‘een professionele schoolloopbaan uitbouwt van in de kleuterklas’ en voortdurend ‘kijkt over het muurtje van het bedrijfsleven’, is goed voor de sterken, maar laat heel wat kinderen in de kou staan. Het ‘Brede School’ idee - de school als spil in de buurt - heeft volgens Groen! wel het potentieel om het welzijn van alle kinderen te verhogen en gelijke onderwijsuitkomsten te bevorderen. De term duikt weliswaar op in het regeerakkoord. Alleen, ook hier lijkt die ‘Brede School’ vooral in teken te staan van de arbeidsmarkt. Het ‘dynamisch netwerkonderwijs’ uit het akkoord moet dienen om de leerlingen met de werkplek in contact te brengen. Dit model is handig voor de tweeverdieners die nood hebben aan naschoolse opvang. Als we de deuren van de school open zetten na school komen we bovendien tot een efficiënter ruimtegebruik. Allemaal goed en wel, maar toch blijft het een magere invulling.
Wat een contrast met de meeste binnen- en buitenlandse Brede Schoolsystemen en projecten die duidelijk en op de eerste plaats tot doel hebben om gelijke kansen te bewerkstelligen door extra zorg op buurtniveau en in samenwerking met bestaande expertisecentra om kansarme kinderen én hun ouders extra te betrekken en te begeleiden. Door bijkomende aandacht voor kunst, cultuur en sport op school, zowel in de verplichte schooltijd als daarbuiten, kunnen alle kinderen al hun talenten ontwikkelen en succeservaringen kennen. Vooral ook die kinderen die vaak de weg naar de academie of de sportclub niet vinden.
Mijnheer Smet, wat nu in het regeerakkoord staat over onderwijs, daar straalt geen obsessie uit voor gelijke kansen die in een sterk en warm Vlaanderen onze belangrijkste bezorgdheid zou moeten zijn. Het is geschreven door een Minister van Onderwijs en Werk. Het onderwijs in functie van de arbeidsmarkt. Een beleid dat Muyters en Peeters ook kunnen smaken. Vanuit een activerings- en ondernemerslogica. Van sterken die, serviceclubsgewijs, ook wel eens iets doen voor de gelijke kansen.
U, daarentegen, bent Minister van Onderwijs, Jeugd en Gelijke Kansen. Hopelijk kunnen we dat verschil binnenkort al merken in uw beleidsbrief.
Contact: Elisabeth Meuleman -
Deel
Vlaams Volksvertegenwoordiger